L'accès à la justice en matière d'environnement : actes du colloque. Toegang tot de rechter in milieuzaken : verslagboek van het colloquium

Dix ans après l'entrée en vigueur de la loi du 12 janvier 1993 concernant un droit d'action en matière de protection de l'environnement, le moment était venu de dresser un bilan de la situation en Belgique sur le plan de l'accès à la justice en matière d'environnement. La loi de 1993 était une réaction du législateur à une jurisprudence restrictive n'admettant pas l'intérêt des associations de défense de l'environnement à agir devant les juridictions civiles pour la protection d'intérêts écologiques collectifs. Elle organisa une action en cessation ad hoc devant le président du tribunal de première instance pour les associations ainsi que pour le ministère public et les autorités administratives, sans pour autant ouvrir la voie à l'action populaire. Cette loi s'est-elle avérée un instrument efficace pour la protection de l'environnement ou le seuil de l'accès à la justice reste-t-il malgré elle trop élevé pour les citoyens et leurs associations? Qu'en est-il de la protection des intérêts écologiques de nature collective dans les contentieux administratif et pénal, auxquels la loi de 1993 n'est pas applicable? Et y a-t-il des moyens de recours contre des actes illicites des institutions européennes qui menacent l'environnement?
Afin d'examiner ces questions, qui étaient d'autant plus d'actualité compte tenu de la ratification par la Belgique, le 21 janvier 2003, de la convention d'Aarhus sur l'accès à l'information, la participation du public au processus décisionnel et l'accès à la justice en matière d'environnement, l'Association belge pour le Droit de l'environnement (ABDE) et le Ministre fédéral de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement organisèrent conjointement un colloque le 12 mars 2003 sur le thème «L'accès à la justice en matière d'environnement: un bilan 10 ans après la loi du 12 janvier 1993 concernant un droit d'action en matière d'environnement». Ce colloque offrit l'occasion de dresser un bilan de la législation et de la jurisprudence et de permettre un débat sur l'évolution future de la matière. Le présent ouvrage réunit les contributions à ce colloque, mises à jour depuis.
Tien jaar na de inwerkingtreding van de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake de bescherming van het leefmilieu, was de tijd rijp om een balans op te maken van de situatie op het vlak van de toegang tot de rechter in milieuzaken in België. De wet van 1993 was een reactie van de wetgever op een restrictieve rechtspraak die het belang van milieuverenigingen om voor de burgerlijke rechter op te treden ter verdediging van collectieve milieubelangen ontkende. Ten behoeve van verenigingen, en tegelijk van het openbaar ministerie en de administratieve overheden, werd een bijzondere stakingsvordering voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg ingesteld, zonder evenwel de deur open te zetten voor een actio popularis . Is de wet van 12 januari 1993 een doelmatig instrument gebleken voor de bescherming van het leefmilieu of is de drempel van de toegang tot het gerecht voor burgers en verenigingen te hoog gebleven? Hoe is het gesteld met de bescherming van collectieve milieubelangen in administratieve en strafrechtelijke procedures, waarop de wet van 1993 niet van toepassing is? En bestaat er enige mogelijkheid tot rechtsbescherming tegen onrechtmatige handelingen van de Europese instellingen die het leefmilieu bedreigen?
Deze vragen - die meer dan ooit actueel zijn, gelet op de ratificatie door België, op 21 januari 2003, van het verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatic, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - vormden het uitgangspunt van het colloquium «Toegang tot de rechter in milieuzaken: een balans 10 jaar na de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake de bescherming van het leefmilieu» dat op 12 maart 2003 gezamenlijk georganiseerd werd door de Belgische Vereniging voor Milieurecht (BVMR) en de federale Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. Dit colloquium was erop gericht wetgeving en rechtspraak te evalueren en een forum te bieden voor een debat over toekomstige ontwikkelingen in deze materie. Dit verslagboek bundelt de geactualiseerde bijdragen van de sprekers.