Témoigner entre histoire et mémoire, n° 110. Déplacements, déportations, exils. Volksverhuizingen, deportaties, verbanningen

Les déplacements de population sont utilisés par les États ou les groupes criminels pour isoler
des populations qu'ils prennent pour cible ou qu'ils veulent s'aliéner. Perte de visibilité publique,
privation des repères et des cadres sociaux sont alors des processus complémentaires à la
négation des droits communs. Procédant ainsi, il est alors possible de faire subir à ces populations
des contraintes (déterritorialisation, travail forcé...) ou des violences (famine, massacre,
génocide...). Ces phénomènes, qui ont acquis une ampleur sans précédent après la guerre de
1914-1918, ne cessent de s'accroître à l'échelle du globe. Mais leur réalité se double aussi d'une
dimension mémorielle. En effet, il y a une mémoire des déplacements qui s'exprime maintenant
à travers la littérature, avec des expositions et dans des musées. Ce dossier traite de ce double
aspect historique et mémoriel dont nous sommes les contemporains.
Volksverhuizingen worden door Staten of criminele groeperingen aangewend om bevolkingen te
isoleren die zij viseren of die zij wensen te vervreemden. De ontkenning van de gemeenschappelijke
rechten van deze bevolingsgroepen gaat gepaard met een verlies aan openbare zichtbaarheid en de
ontneming van referentiepunten en sociale kaders. Op die manier is het mogelijk deze bevolkingen
beperkingen op te leggen (ontneming van grondgebied, dwangarbeid...) of geweld aan te doen
(hongersnood, bloedbaden, genocides...). Deze fenomenen, die na de oorlog van 1914-1918 een
ongekende omvang hebben aangenomen, blijven zich uitbreiden op wereldvlak. Hun werkelijkheid
heeft echter ook een herinneringsdimensie. Er ontstaat immers een vorm van herinnering met
betrekking tot deze volksverhuizingen, die zich uitdrukt in literatuur, via tentoonstellingen en in
musea. Dit dossier behandelt zowel de historische dimensie als het herinneringsaspect, waarvan
wij de tijdsgenoten zijn.